BRAND INSIGHT

TWEE DECENNIA IN HET TEKEN VAN LEVENS REDDEN

Gemiddeld laten ze één gloednieuwe Volvo per dag crashen. Het feit dat Volvo Cars tot op heden leider is op het vlak van autoveiligheid is ook hun verdienste.

Dit jaar viert het crashlabo van het Volvo Cars Safety Centre zijn twintigste verjaardag. Toen de koning van Zweden het labo in 2000 opende, was het een van de meest geavanceerde crashlabo’s ter wereld, en in veel opzichten is dat vandaag ook nog zo.

Tot op de dag van vandaag helpt het labo ingenieurs van Volvo Cars om de veiligheid te blijven verbeteren en te leren uit ongevallen in het dagelijkse verkeer. De onderneming streeft er immers naar dat er in de toekomst niemand nog sterft of ernstig gewond raakt in een nieuwe Volvo.

“Met onze inzet voor veiligheid willen we niet gewoon slagen voor een test of een veiligheidsscore krijgen”, aldus Thomas Broberg, een van de voornaamste veiligheidsingenieurs van Volvo Cars die er al 20 jaar aan het werk is. “Wij willen achterhalen hoe en waarom ongevallen en letsels ontstaan en daarna de technologie ontwikkelen om ze te helpen voorkomen. Dat is wat onze inzet voor veiligheid betekent. We hopen dat ons baanbrekend werk een voorbeeld voor anderen vormt, dat ze onze ambitie om wereldwijd het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen volgen.”

Het crashlabo van het Volvo Cars Safety Centre is een multifunctionele faciliteit waarin de veiligheidsingenieurs van Volvo Cars talloze verkeerssituaties en ongevallen kunnen simuleren. Ze kunnen er tests uitvoeren die verder gaan dan de wettelijke vereisten.

Het labo bevat twee testparcours: een van 108 en een van 154 meter. Het kort- ste parcours is verplaatsbaar en kan in een hoek van 0 tot 90 graden geplaatst worden. Zo zijn tests met verschillende hoeken en snelheden mogelijk of kan er een crash tussen twee bewegende auto’s worden gesimuleerd.

Wat het scenario ook is, in het Volvo Car Safety Centre kunnen we het simuleren en in detail analyseren

Wilt u dit artikel verder lezen? 
Ga verder in het magazine op pagina 57.